Prijzenswaardig
De Nobelprijs, de meest
prestigieuze onderscheiding ter wereld, is de ultieme
waardering voor wetenschappelijke onderzoekers die een
opmerkelijke prestatie hebben geleverd op het gebied van
de natuurkunde, scheikunde en fysiologie of geneeskunde,
aan auteurs die belangrijke bijdragen hebben geleverd
aan de literatuur en voor personen en organisaties die
hebben bijgedragen aan de bevordering van de vrede.
Alfred Nobel, zelf uitvinder, wilde met
het instellen van deze prijs dat wetenschappers zich op
hun onderzoek konden concentreren zonder dat ze zich
zorgen hoefden te maken over materiële zaken. Hij
bepaalde in zijn testament dat van de rente van zijn
toenmalige kapitaal van ca. 32 miljoen Zweedse kronen
ieder jaar op zijn sterfdag (10 december) vijf
Nobelprijzen moeten worden uitgereikt. Sindsdien worden
elk jaar op die datum in Stockholm de onderscheidingen
uitgereikt met een niet onaanzienlijk geldbedrag van
omgerekend ca. 1 miljoen euro. In 1968 is er trouwens
een zesde Nobelprijs bijgekomen, namelijk die voor
Economie.
"Professor Hans-Olaf
Andersson maakt deel uit van het Nobelprijscomité van
het Karolinska Instutuut, de commissie die beslist wie
uiteindelijk de Nobelprijs voor fysiologie of
geneeskunde wint. Vlak voor de stemming krijgt hij
bezoek van een onbekende persoon die hem een koffer vol
geld aanbiedt als hij voor een bepaalde kandidaat kiest.
Andersson weigert pertinent maar niet veel later wordt
zijn dochter ontvoerd. Hij staat nu met de rug tegen de
muur. Hulp van de politie blijkt al snel geen optie en
als de journalist die hij heeft benaderd om het leven
komt, ziet hij geen andere mogelijkheid dan zich tot
zijn zwager Gunnar Forsberg te wenden. Maar er is een
probleem: Forsberg zit die al geruime tijd vast voor
inbraak en bedrijfsspionage..."
Na de
inleidende verhandelingen over de achtergronden, diverse
protocollen rond de Nobelprijs en de samenstelling van
de verschillende instanties, begint het verhaal langzaam
op gang te komen. In het begin wordt het verhaal verteld
in de 3e persoon enkelvoud en volg je de belevenissen
van Hans-Olaf Andersson maar na circa een kwart van het
boek wisselt het perspectief naar Gunnar Forsberg en
gaat het verder in de ik-vorm. Zeer bijzonder en
aanvankelijk had ik daar ook wat moeite mee. Vooral als
Hans-Olaf en Gunnar samen waren maar gelukkig ging
laatstgenoemde al snel zijn eigen weg.
Andersson is een typische professor, stoffig en ietwat
verstrooid, een ware academicus. Gunnar Forsberg
daarentegen is een vrijbuiter, een womanizer, slim en
meedogenloos hoewel hij niet goed tegen onrecht kan. Aan
de andere kant licht hij net zo makkelijk grote concerns
op als beginnende kleine ondernemingen. Hij is een
Einzelgänger, brutaal, quasi stoer maar niet
onsympathiek. Het zijn elkaars absolute tegenpolen maar
ze moeten tegen wil en dank met elkaar samenwerken wat
niet altijd even vlekkeloos verloopt.
Eschbach heeft
soms de neiging iets te detaillistisch te zijn, zo trekt
hij bijvoorbeeld een pagina uit om de exacte werking van
een cilinderslot te beschrijven. Niet iedereen houdt
daarvan maar je kunt ook zeggen dat hij er zich niet met
een Jantje van Leiden vanaf maakt. Wat leuker om te
lezen was, is de cultuurshock die iemand krijgt als hij
na 6 jaar gevangenisstraf ineens in het dagelijkse leven
stapt. Hoe
Eschbach
in dat opzicht de gebruikers van de mobiele telefoon op
de hak neemt, is erg vermakelijk. Het boek bevat
trouwens wel meer humoristische passages.
De Nobelprijs
zal de gelijknamige prijs voor de letterkunde niet
winnen. Dat zal overigens geen enkel boek dat zich in de
NUR-codes bevindt, die met een 3 beginnen, maar buiten
dat. Het boek bevat iets teveel toevalligheden en mist
de kenmerkende zeggingskracht van
De erfenis van Fontanelli
en De rijkdom van Saoed om
voor een topklassering in aanmerking te komen. Toch
heeft
Eschbach met
De Nobelprijs een boeiende en
wederom originele thriller geschreven en dat is ook
prijzenswaardig te noemen.