Inhoud:
1855. Koningin
Elisabeth regeert. De Krim-oorlog is in volle gang. En in Londen
wordt een supermisdaad voorbereid: de grootste treinroof van de
eeuw.Eenmaal per maand vertrekt er een speciale trein van Londen
naar Parijs, beladen met goud, bestemd voor het Engelse leger
dat in Rusland oorlog voert. De wagon met de kostbare inhoud,
veilig opgeborgen in loodzware kluizen, wordt zwaar bewaakt. Het
is onmogelijk de kluizen onrechtmatig te openen want daarvoor
zijn vier sleutels nodig.
Toch ligt er iemand op de loer. De knappe en charmante Edward
Pierce - een malle aristocraat of een doortrapte misdadiger? -
ontwerpt een fantastisch plan voor een supermisdaad. Samen met
zijn handlangers uit de duistere onderwereld van het
Victoriaanse Londen: de beeldschone Miriam, de sinistere Barlow
en de gladde Agar, moet hij heel wat halsbrekende toeren
verrichten om de vier sleutels te pakken te krijgen....
Recensie:
Spectaculaire treinroof in historische
setting
Als we het over De Grote Treinroof
hebben, denkt bijna iedereen meteen aan de beroving van de
posttrein in 1963 door Ronnie Biggs en consorten waarbij ze 2,6
miljoen pond (toen zo'n 120 miljoen gulden) buit maakten. Maar
bijna 100 jaar eerder werd een trein met goudstaven, bestemd
voor de Engelse troepen op de Krim t.w.v. 12.000 pond, op
eveneens spectaculaire wijze beroofd. Ook toen was mijn
verbijsterd over deze vermetele daad maar om heel andere redenen
dan men in eerste instantie zou verwachten.
Overvallen en berovingen zijn van alle tijden - zakkenrollen is
waarschijnlijk het één na oudste beroep ter wereld - maar het is
de manier waarop een roof wordt uitgevoerd die bepaalt of het de
voorpagina van de krant haalt of niet. Ondanks dat we
(bank)overvallen veroordelen, is er ook een stille bewondering
voor de rovers zolang er maar geen bloed bij vloeit. Banken
worden toch vaak gezien als onderdeel van het establishment en
hoewel ze ons ten dienste staan, hechten we weinig geloof aan de
edele motieven van de directie. De woekermarges op sommige
financiële producten, de hebzucht van de toplaag en de
buitensporige bonussen - ondanks de crisis werd in 2009 in
Engeland nog 6,5 miljard aan extra beloningen in de financiële
sector uitgekeerd - doen het imago van de bedrijfstak geen goed.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat mannen als Biggs als
helden worden gezien als ze een bank te slim af zijn. De
maanden, soms jaren, van voorbereiding, het doorzettingsvermogen
en geduld van de bankrovers dwingen een zekere mate van respect
af. Vooral als de rovers de meest ingewikkelde en geavanceerde
beveiligingssystemen weten te omzeilen. Dat dergelijke
prestaties tot de verbeelding van het grote publiek spreken,
blijkt wel uit de vele boeken en films die over dit thema zijn
verschenen o.a. The Italian Job, The Inside Man, Ocean's Eleven
en The Great Trainrobbery dus.
Er waren in de 19e eeuw meer berovingen en ook met een grotere
buit dan bij De Grote Treinroof maar in de inleiding legt
Michael Crichton uit waarom deze specifieke
overval destijds zoveel commotie veroorzaakte. Daarna begint hij
met de reconstructies van de feiten van de roof aan de hand van
getuigenverklaringen, rechtbank- en krantenverslagen en andere
historische documentatie.
Naast deze spraakmakende roof schetst Michael Crichton
tevens een prachtig beeld van het Victoriaanse Engeland en de
heersende opvattingen en gebruiken halverwege de 19e eeuw. De
erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden - werkweken van 72
uur waren niet ongebruikelijk - de positie van de vrouw, de
industriële vooruitgang en de moeilijkheden die de snelle groei
van Londen met zich meebracht zoals bijvoorbeeld de grote
hoeveelheden paardenpoep op straat, iets wat je je tegenwoordig
in deze metropool nauwelijks nog kunt voorstellen.
Het boek bevat veel verouderde woorden en "slang" als sneezers, spinozer, koefnoen en palingvilder. Ben
je benieuwd wat deze woorden betekenen en wil je weten hoe
Scotland Yard aan zijn naam komt, wat de Penny-waslijn inhield
en welke markt de opstandingshandel bediende dan kan ik dit boek
van harte aanbevelen. Maar ook vanwege het verslag van een
spectaculaire, schaamteloze en onmogelijk geachte treinroof met
een onkraakbare brandkast die toch gekraakt werd.